Considerans
Verordening (EG) nr. 772/2004 van de Commissie van 27 april 2004 betreffende de toepassing van artikel 81, lid 3, van het Verdrag op groepen overeenkomsten inzake technologieoverdracht (Voor de EER relevante tekst)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening nr. 19/65/EEG van de Raad van 2 maart 1965 betreffende de toepassing van artikel 85, lid 3, van het Verdrag op groepen van overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen(1), en met name op artikel 1,
Na bekendmaking van de ontwerpverordening(2),
Na raadpleging van het Adviescomité voor mededingingsregelingen en economische machtsposities,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Verordening nr. 19/65/EEG machtigt de Commissie artikel 81, lid 3, van het Verdrag bij verordening toe te passen op bepaalde groepen overeenkomsten inzake technologieoverdracht en op vergelijkbare onderling afgestemde feitelijke gedragingen die onder de toepassing van artikel 81, lid 1, vallen, wanneer bij die overeenkomsten of gedragingen slechts twee partijen betrokken zijn.
(2) Op grond van Verordening nr. 19/65/EEG heeft de Commissie met name Verordening (EG) nr. 240/96 van 31 januari 1996 inzake de toepassing van artikel 85, lid 3, van het Verdrag op groepen overeenkomsten betreffende technologieoverdracht(3) vastgesteld.
(3) Op 20 december 2001 heeft de Commissie een evaluatierapport inzake Verordening (EG) nr. 240/96 betreffende technologieoverdracht bekendgemaakt(4). Dit heeft een openbare discussie op gang gebracht over de toepassing van Verordening (EG) nr. 240/96 en in het algemeen over de toepassing van artikel 81, leden 1 en 3, van het Verdrag op overeenkomsten inzake technologieoverdracht. De lidstaten en derden die op het evaluatierapport hebben gereageerd, stonden over het algemeen gunstig ten aanzien van een hervorming van het mededingingsbeleid van de Gemeenschap met betrekking tot overeenkomsten inzake technologieoverdracht. Verordening (EG) nr. 240/96 dient daarom te worden ingetrokken.
(4) Deze verordening dient aan twee vereisten te voldoen: zij moet een daadwerkelijke mededinging waarborgen en zij moet de ondernemingen voldoende rechtszekerheid verschaffen. Bij het nastreven van deze doelstellingen dient rekening te worden gehouden met de noodzaak om de regelgeving en de toepassing ervan te vereenvoudigen. Er dient te worden afgestapt van de methode waarbij een lijst van vrijgestelde bepalingen wordt opgesteld, en er dient meer aandacht te worden besteed aan de omschrijving van de groepen overeenkomsten waarvoor tot een bepaald niveau van marktmacht een vrijstelling geldt, en aan het aangeven van de beperkingen of bepalingen die niet in dergelijke overeenkomsten mogen voorkomen. Dit is in overeenstemming met een benadering op economische grondslag, waarbij wordt beoordeeld welke uitwerking de overeenkomsten op de relevante markt hebben. Het is eveneens in overeenstemming met die benadering om een onderscheid te maken tussen overeenkomsten tussen concurrenten en overeenkomsten tussen niet-concurrenten.
(5) Overeenkomsten inzake technologieoverdracht hebben betrekking op het in licentie geven van technologie. Deze overeenkomsten verbeteren gewoonlijk de economische efficiëntie en zijn concurrentiebevorderend, aangezien zij doublures in onderzoek en ontwikkeling kunnen beperken, de prikkels voor het verrichten van oorspronkelijk onderzoek en ontwikkeling kunnen versterken, vervolginnovatie kunnen aanwakkeren, de verspreiding kunnen vergemakkelijken en concurrentie op de productmarkt in het leven kunnen roepen.
(6) De waarschijnlijkheid dat dergelijke efficiëntiebevorderende en concurrentiebevorderende effecten opwegen tegen de mogelijke cconcurrentiebeperkende effecten die voortvloeien uit beperkingen die zijn opgenomen in overeenkomsten inzake technologieoverdracht, hangt af van de omvang van de marktmacht van de betrokken ondernemingen en bijgevolg van de mate waarin die ondernemingen concurrentie ondervinden van ondernemingen die beschikken over substitueerbare technologieën, of ondernemingen die substitueerbare producten produceren.
(7) Deze verordening dient zich uitsluitend bezig te houden met overeenkomsten waarbij de licentiegever de licentienemer machtigt de in licentie gegeven technologie, eventueel na verder onderzoek en ontwikkeling, te exploiteren voor de productie van goederen of diensten. Zij dient zich niet bezig te houden met licentieovereenkomsten ten behoeve van de toelevering van onderzoek en ontwikkeling. Zij dient zich evenmin bezig te houden met licentieovereenkomsten met het oog op de vorming van technologiepools, dit wil zeggen overeenkomsten waarbij technologieën worden bijeengebracht met het doel om de gevormde pakketten van intellectuele eigendomsrechten aan derden in licentie te geven.
(8) Voor de toepassing van artikel 81, lid 3, van het Verdrag bij verordening is het niet noodzakelijk te omschrijven welke overeenkomsten inzake technologieoverdracht onder artikel 81, lid 1, kunnen vallen. Bij de individuele toetsing van overeenkomsten aan artikel 81, lid 1, dient rekening te worden gehouden met verscheidene factoren, in het bijzonder de structuur en de dynamiek van de relevante technologie- en productmarkten.
(9) Het voordeel van de bij deze verordening vastgestelde groepsvrijstelling dient te worden beperkt tot die overeenkomsten waarvan met voldoende zekerheid kan worden aangenomen dat zij aan de voorwaarden van artikel 81, lid 3, voldoen. Om de voordelen en doelstellingen van technologieoverdracht te bereiken, dient het voordeel van deze verordening ook te gelden voor bepalingen in overeenkomsten inzake technologieoverdracht die niet het primaire voorwerp van die overeenkomsten vormen, maar die rechtstreeks verband houden met de toepassing van de in licentie gegeven technologie.
(10) Bij overeenkomsten inzake technologieoverdracht die worden gesloten tussen concurrenten, kan ervan worden uitgegaan dat, wanneer het gezamenlijke marktaandeel van de partijen niet groter is dan 20 % van de relevante markten en de overeenkomsten niet bepaalde soorten sterk mededingingverstorende beperkingen bevatten, deze over het algemeen tot een verbetering van de productie of van de verdeling der producten leiden en een billijk aandeel in de daaruit voortvloeiende voordelen de gebruikers ten goede komt.
(11) Bij overeenkomsten inzake technologieoverdracht die worden gesloten tussen niet-concurrenten, kan ervan worden uitgegaan dat, wanneer het individuele marktaandeel van elk van de partijen niet groter is dan 30 % van de relevante markten en de overeenkomsten niet bepaalde sterk mededingingverstorende beperkingen bevatten, deze over het algemeen tot een verbetering van de productie of van de verdeling der producten leiden en een billijk aandeel in de daaruit voortvloeiende voordelen de gebruikers ten goede komt.
(12) Er kan niet van worden uitgegaan dat, boven deze marktaandeeldrempels, overeenkomsten inzake technologieoverdracht onder artikel 81, lid 1, vallen. Een exclusieve licentieovereenkomst tussen niet-concurrerende ondernemingen bijvoorbeeld valt dikwijls niet onder artikel 81, lid 1. Er kan ook niet van worden uitgegaan dat, boven deze marktaandeeldrempels, overeenkomsten inzake technologieoverdracht welke onder artikel 81, lid 1, vallen, niet voldoen aan de voorwaarden voor vrijstelling. Evenmin kan echter worden aangenomen dat zij gewoonlijk objectieve voordelen zullen meebrengen van een dergelijke aard en omvang dat zij opwegen tegen de uit deze overeenkomsten voortvloeiende nadelen voor de mededinging.
(13) Deze verordening mag geen vrijstelling verlenen voor overeenkomsten inzake technologieoverdracht welke beperkingen bevatten die voor de verbetering van de productie of van de distributie niet onmisbaar zijn. In het bijzonder overeenkomsten inzake technologieoverdracht welke bepaalde sterk mededingingverstorende beperkingen bevatten, zoals het toepassen van vaste prijzen ten aanzien van derden, dienen, ongeacht de marktaandelen van de betrokken ondernemingen, van het voordeel van de in deze verordening vervatte groepsvrijstelling te worden uitgesloten. Indien dergelijke meest ingrijpende beperkingen ("hardcore"-beperkingen) in de overeenkomst voorkomen, dient de gehele overeenkomst van het voordeel van de groepsvrijstelling te worden uitgesloten.
(14) Om prikkels tot innovatie en de passende uitoefening van intellectuele-eigendomsrechten te beschermen, dienen bepaalde beperkingen van de groepsvrijstelling te worden uitgesloten. Dit geldt met name voor exclusieve "grant back"-verplichtingen voor scheidbare verbeteringen. Wanneer een dergelijke beperking in een licentieovereenkomst is opgenomen, dient alleen de desbetreffende beperking van het voordeel van de groepsvrijstelling te worden uitgesloten.
(15) De marktaandeeldrempels, de uitsluiting van overeenkomsten inzake technologieoverdracht die sterk mededingingverstorende beperkingen bevatten, en de uitgesloten beperkingen waarin deze verordening voorziet, bieden normaal een afdoende garantie dat de overeenkomsten waarvoor de groepsvrijstelling geldt, de deelnemende ondernemingen niet de mogelijkheid geven voor een wezenlijk deel van de betrokken producten de mededinging uit te schakelen.
(16) Wanneer in individuele gevallen overeenkomsten die aan de voorwaarden van deze verordening voldoen, toch met artikel 81, lid 3, onverenigbare gevolgen hebben, moet de Commissie het voordeel van de groepsvrijstelling kunnen intrekken. Dit kan met name het geval zijn wanneer de prikkels tot innovatie worden beperkt of wanneer de toegang tot markten wordt belemmerd.
(17) Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag(5) machtigt de bevoegde autoriteiten van de lidstaten het voordeel van de groepsvrijstelling in te trekken met betrekking tot overeenkomsten inzake technologieoverdracht die met artikel 81, lid 3, van het Verdrag onverenigbare gevolgen hebben, wanneer die gevolgen zich voordoen op hun grondgebied of een gedeelte daarvan en dat grondgebied de kenmerken van een afzonderlijke geografische markt vertoont. De lidstaten dienen ervoor zorg te dragen dat de uitoefening van deze bevoegdheid tot intrekking geen afbreuk doet aan de eenvormige toepassing van de communautaire mededingingsregels in de gehele gemeenschappelijke markt, noch aan de volle werking van de ter uitvoering van deze regels genomen maatregelen.
(18) Ter versterking van het toezicht op parallelle netwerken van overeenkomsten inzake technologieoverdracht die een soortgelijke mededingingbeperkende werking hebben en meer dan 50 % van een bepaalde markt bestrijken, moet de Commissie deze verordening voor overeenkomsten inzake technologieoverdracht die bepaalde met de betrokken markt verband houdende beperkingen bevatten, buiten toepassing kunnen verklaren, waardoor artikel 81 weer onverkort van toepassing wordt op deze overeenkomsten.
(19) Deze verordening dient uitsluitend betrekking te hebben op overeenkomsten inzake technologieoverdracht tussen een licentiegever en een licentienemer. Dergelijke overeenkomsten vallen onder de verordening, zelfs indien bepalingen erin zijn opgenomen betreffende meer dan één handelsniveau, bijvoorbeeld wanneer aan de licentienemer de verplichting wordt opgelegd een bepaald distributiesysteem op te zetten en tevens wordt bepaald welke verplichtingen hij moet of mag opleggen aan de wederverkopers van de onder licentie vervaardigde producten. Die bepalingen en verplichtingen moeten evenwel stroken met de mededingingsregels die van toepassing zijn op leverings- en distributieovereenkomsten. Leverings- en distributieovereenkomsten tussen een licentienemer en zijn afnemers dienen niet onder de door deze verordening verleende vrijstelling te vallen.
(20) Deze verordening doet geen afbreuk aan de toepassing van artikel 82 van het Verdrag,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
[...]
Gedaan te Brussel, 27 april 2004.
(1) PB 36 van 6.3.1965, blz. 533/65. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1/2003 (PB L 1 van 4.1.2003, blz. 1).
(2) PB C 235 van 1.10.2003, blz. 10.
(3) PB L 31 van 9.2.1996, blz. 2. Verordening gewijzigd bij de Toetredingsakte van 2003.
(4) COM(2001) 786 def.
(5) PB L 1 van 4.1.2003,blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 411/2004 (PB L 68 van 6.3.2004, blz.1).
terug Tell-a-Friend































