Artikel 149a
1. Geen enkele bepaling in dit Verdrag mag zodanig worden uitgelegd dat zij het recht van bepaalde of alle Verdragsluitende Staten beperkt speciale verdragen te sluiten inzake aangelegenheden betreffende Europese octrooiaanvragen of Europese octrooien die uit hoofde van dit Verdrag onderworpen zijn aan en worden beheerst door het nationale recht, zoals
a. een verdrag tot oprichting van een gemeenschappelijk Europees octrooigerecht voor de Verdragsluitende Partijen die daar partij bij zijn;
b. een verdrag tot oprichting van een gemeenschappelijke instantie voor de Verdragsluitende Staten die daar partij bij zijn die op verzoek van de nationale gerechtelijke instanties of semi-rechterlijke autoriteiten zijn oordeel geeft over kwesties op het gebied van Europees of geharmoniseerd nationaal octrooirecht;
c. een verdrag uit hoofde waarvan de Verdragsluitende Partijen die daar partij bij zijn geheel of gedeeltelijk kunnen afzien van vertalingen van Europese octrooien uit hoofde van artikel 65;
d. een verdrag uit hoofde waarvan de Verdragsluitende Partijen die daar partij bij zijn bepalen dat vertalingen van Europese octrooien als vereist uit hoofde van artikel 65 kunnen worden ingediend bij en gepubliceerd door het Europees Octrooibureau.
2. De Raad van Bestuur is bevoegd om te beslissen dat:
a. de leden van de kamers van beroep of de Grote Kamer van beroep zitting kunnen hebben in een Europees octrooigerecht of in een gemeenschappelijke instantie en deelnemen aan procedures voor dat gerecht of die instantie in overeenstemming met een dergelijk verdrag;
b. het Europees Octrooibureau een gemeenschappelijke instantie zal voorzien van het ondersteunend personeel, de accommodatie en de uitrusting die nodig kunnen zijn voor de uitvoering van zijn taken en dat de kosten van die instantie geheel of gedeeltelijk worden gedragen door de Organisatie.
terug Tell-a-Friend
































