Artikel 112a
1. Elke partij bij een beroepsprocedure die benadeeld wordt door de beslissing van de kamer van beroep kan een verzoek indienen om herziening van de beslissing door de Grote Kamer van beroep.
2. Het verzoek kan alleen worden ingediend wanneer
a. een lid van de kamer van beroep in strijd met artikel 24, eerste lid, deelgenomen heeft aan de beslissing of ondanks het feit dat hij was uitgesloten uit hoofde van een beslissing ingevolge artikel 24, vierde lid;
b. de kamer van beroep een persoon omvatte die niet is benoemd als lid van de Kamers van beroep;
c. een fundamentele inbreuk is gemaakt op artikel 113;
d. zich een andere fundamentele procedurele tekortkoming als omschreven in het Uitvoeringsreglement heeft voorgedaan in de beroepsprocedure; of
e. een strafbaar feit vastgesteld overeenkomstig de voorwaarden neergelegd in het Uitvoeringsreglement van invloed kan zijn geweest op de beslissing.
3. Het verzoek om herziening heeft geen schorsende werking.
4. Het verzoek om herziening wordt ingediend in de vorm van een met redenen omklede verklaring in overeenstemming met het Uitvoeringsreglement. Indien het verzoek gebaseerd is op het tweede lid, letters a tot en met d, dient het binnen twee maanden na de kennisgeving van de beslissing van de kamer van beroep te worden ingediend. Indien het verzoek is gebaseerd op het tweede lid, letter e, dient het binnen twee maanden na de datum waarop het strafbare feit is vastgesteld te worden ingediend, maar in geen geval later dan vijf jaar na de kennisgeving van de beslissing van de kamer van beroep. Het verzoek wordt eerst geacht te zijn ingediend nadat de voorgeschreven taks is betaald.
5. De Grote Kamer van beroep onderzoekt het verzoek om herziening in overeenstemming met het Uitvoeringsreglement. Indien het verzoek ontvankelijk is, vernietigt de Grote Kamer van beroep de beslissing die het voorwerp is van herziening en heropent de procedure bij de kamers van beroep in overeenstemming met het Uitvoeringsreglement.
6. Een persoon die in een aangewezen Verdragsluitende Staat te goeder trouw gebruik heeft gemaakt van of doeltreffende en serieuze voorbereidingen heeft getroffen voor toepassing van een uitvinding die het voorwerp is van een gepubliceerde Europese octrooiaanvrage of een Europees octrooi in het tijdvak tussen de beslissing van de kamer van beroep die herzien wordt en de publicatie van de vermelding van de beslissing van de Grote Kamer van beroep inzake het verzoek mag met deze toepassing in of voor zijn bedrijf kosteloos doorgaan.
terug Tell-a-Friend
































