Artikel 109
(1) Indien de instantie, waarvan de beslissing wordt betwist, het beroep ontvankelijk en gegrond acht, moet zij haar beslissing herzien. Deze bepaling vindt geen toepassing wanneer tegenover degene die het beroep heeft ingesteld een andere partij staat.
(2) Indien het beroep niet binnen een maand na ontvangst van de uiteenzetting van de gronden van het beroep tot herziening leidt, dient het beroep onverwijld te worden voorgelegd aan de Kamer van beroep, zonder oordeel over de gronden daarvan.
terug Tell-a-Friend
































