Artikel 2
1. In deze verordening wordt onder "goederen die inbreuk maken op een intellectuele-eigendomsrecht" verstaan:
a) "namaakgoederen" namelijk:
i) goederen, met inbegrip van hun verpakking, waarop zonder toestemming een fabrieks- of handelsmerk is aangebracht dat identiek is aan of daarvan niet wezenlijk kan worden onderscheiden van het geldig geregistreerde fabrieks- of handelsmerk voor dergelijke goederen, en die zodoende, volgens de communautaire wetgeving in Verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad van 20 december 1993 betreffende het Gemeenschapsmerk(5) of de wetgeving van de lidstaat waar het verzoek om optreden van de douaneautoriteiten wordt ingediend, inbreuk maken op de rechten van de houder van het betrokken merk;
ii) beeldmerken (met inbegrip van een logo, etiket, sticker, prospectus, gebruiksaanwijzing of garantiebewijs waarop een dergelijk merk is aangebracht), zelfs indien deze afzonderlijk worden aangeboden, waarvoor hetzelfde geldt als voor de onder i) bedoelde goederen;
iii) afzonderlijk aangeboden verpakkingen waarop merken van nagemaakte goederen zijn aangebracht en waarvoor hetzelfde geldt als voor de onder i) bedoelde goederen;
b) "door piraterij verkregen goederen" namelijk: goederen die kopieën zijn of bevatten die zijn vervaardigd zonder toestemming van hetzij de houder van een al dan niet overeenkomstig het nationale recht geregistreerd auteursrecht of naburig recht dan wel recht inzake tekeningen of modellen, hetzij een door de houder van het recht in het productieland gemachtigd persoon, wanneer de vervaardiging van deze kopieën volgens Verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende Gemeenschapsmodellen(6) of de wetgeving van de lidstaat waar het verzoek om optreden van de douane wordt ingediend, inbreuk maakt op het betrokken recht;
c) goederen die in de lidstaat waar het verzoek om optreden van de douane wordt ingediend, inbreuk maken op:
i) een octrooi waarop de wetgeving van die lidstaat van toepassing is;
ii) een aanvullend beschermingscertificaat als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 1768/92 van de Raad(7) of Verordening (EG) nr. 1610/96 van het Europees Parlement en de Raad(8);
iii) een nationaal kwekersrecht overeenkomstig de wetgeving van die lidstaat of een communautair kwekersrecht overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad(9);
iv) benamingen van oorsprong of geografische aanduidingen overeenkomstig de wetgeving van die lidstaat of als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 2081/92 van de Raad(10) en Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad(11);
v) geografische benamingen als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 1576/89 van de Raad(12).
2. In deze verordening wordt onder "houder van het recht" verstaan:
a) de houder van een fabrieks- of handelsmerk, een auteursrecht of naburig recht, een recht inzake tekeningen of modellen, een octrooi, een aanvullend beschermingscertificaat, een kwekersrecht, een beschermde oorsprongsbenaming, een beschermde geografische aanduiding en/of in het algemeen een van de in lid 1 bedoelde rechten, of
b) elke andere persoon die gemachtigd is een van de onder a) genoemde intellectuele-eigendomsrechten te gebruiken, of hun vertegenwoordiger.
3. Mallen of matrijzen die specifiek vervaardigd of aangepast zijn voor de vervaardiging van goederen die inbreuk maken op een intellectuele-eigendomsrecht worden gelijkgesteld met dergelijke goederen, voorzover het gebruik van deze mallen of matrijzen volgens de communautaire wetgeving of de wetgeving van de lidstaat waar het verzoek om optreden van de douaneautoriteiten wordt ingediend, inbreuk maakt op de rechten van de houder van het recht.
terug Tell-a-Friend
































